Project

Maatschappelijke impact WMO-voorzieningen

SenseGuide verrichte in 2019 twee onderzoeken naar de maatschappelijke impact van het beleid in het kader van de Algemene voorzieningen Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en Jeugd in Apeldoorn. Enerzijds wilde de gemeente Apeldoorn voor haar nieuwe beleid en toekomstige subsidieregeling weten wat precies het effect was van de basisontmoetingsplekken die Apeldoorn nu heeft. Anderzijds wilde Stimenz (organisatie voor sociaal werk), samen met welzijnspartners Don Bosco en MEE, zicht krijgen op de preventieve werking van de algemene voorzieningen voor de jeugd in Apeldoorn. Onder beide aanvragen lag de behoefte om ‘anders’ te verantwoorden, om zo objectief mogelijk het kwalitatieve aan het kwantitatieve te koppelen: werken met cijfers én verhalen.

SenseGuide nam het initiatief voor een reflectie en vooruitblik met haar opdrachtgevers op het thema ‘anders verantwoorden’. Dit geheel in lijn met het streven van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving die in haar rapport Blijk van Vertrouwen – Anders verantwoorden voor goede zorg (14-05-2019) pleit voor een herontwerp van de huidige verantwoordingspraktijk. De wens hierachter is dat verantwoorden daadwerkelijk gaat bijdragen aan een proces van leren en verbeteren in de zorg.

Aan tafel zaten: Erwin Vroom, regio- en financieel manager Stimenz (organisatie voor sociaal werk in Apeldoorn en de Veluwe); Marielle Buijsse, accountmanager bij de gemeente Apeldoorn; Sander Scherders, beleidsadviseur Openbare Orde en Veiligheid bij de gemeente Apeldoorn, voorheen beleidsadviseur Jeugd en Veiligheid bij de gemeente Apeldoorn; Dave van Mourik, managing partner van SenseGuide. Door gezamenlijk te reflecteren op alles wat de huidige manier van verantwoorden oproept, wilden ze ontdekken of ze de beweging naar die toekomstige verantwoordingspraktijk al meer konden doorgronden.

Het hele verslag van het rondetafelgesprek is hier te lezen.

Over de onderzoeken naar de maatschappelijke impact van algemene voorzieningen binnen de WMO kwam het volgende ter sprake:

In hoeverre hebben beide onderzoeken bijgedragen aan ‘anders verantwoorden’?

Erwin: ‘De gemeente Apeldoorn heeft naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek ook echt gehandeld. Daar ben ik heel blij mee, want dat is niet altijd het geval. Deze methode geeft blijkbaar veel vertrouwen. Wat mij betreft zit de kracht in dat we het niet óver de bewoner of de medewerker hebben. Nee, ze krijgen zélf het woord en mogen vrijuit hun ervaringen vertellen.‘

Marielle: ‘Een ander doorslaggevend aspect is dat het onderzoek breed werd uitgevoerd. Echt vanuit verschillende invalshoeken. De bewoner die op de ontmoetingsplek kwam mocht zijn of haar ervaring inbrengen, de medewerker die erbij betrokken was, maar ook, wat ik heel bijzonder vind, de partners die er níet bij betrokken waren. Ook die zijn geïnterviewd. Dat is nog nooit gebeurd. De combinatie van deze verschillende invalshoeken en verschillende actoren gaf het college en de raad voldoende vertrouwen om te vertrouwen op de uitkomst en met de ontmoetingsplekken verder te gaan. En Dave, jullie methodiek levert enorm veel specifieke informatie op van bewoners. Die hadden we anders nooit kunnen ophalen. Echt mooi.’

Kernindicator monitoren van impact algemene voorzieningen voor de jeugd op welzijn van jongeren.

Sander: ‘Ik denk dat de hoofdvragen uit het onderzoek van SenseGuide een perfecte leidraad kunnen zijn voor toekomstig beleid. Vragen als: ‘Sluiten de activiteiten aan bij wat jongeren nodig hebben voor hun welzijn? Voeren we de activiteiten naar tevredenheid uit? Hoe dragen die activiteiten bij aan de beoogde maatschappelijke impact?’ Als daar goed onderbouwde antwoorden uit voortkomen, hebben we als gemeente de belangrijkste informatie te pakken, ook op inhoud.’

Erwin: ‘Daarnaast zou je op een enkel subonderwerp kunnen inzoomen. Dit smaakt naar meer. Nu hebben we alle jeugdprogramma’s samen laten onderzoeken, maar je kunt bijvoorbeeld ook alleen laten kijken naar het programma jongerenwerk. Ik noem maar wat.’ Sander: ‘Ja en die zou je dan weer met andere steden kunnen vergelijken. Lijkt me zeker waardevol.’

Dave: ‘Verhalen geven je zoveel mogelijkheden. In deze methodiek zit nog een ander krachtig instrument: de zogenoemde zwakke signalen, ook wel soft signals. Bij de opgehaalde verhalen kun je verrast worden. Als je denkt: ‘goh wat raar’ of ‘hey wat interessant’ kan het de moeite waard zijn hier iets verder in te onderzoeken. Los van patronen of indicatoren kunnen ook individuele verhalen dus interessante informatie bevatten om vooruit te denken. Hier kunnen potentiële kansen of bedreigingen in zitten voor de toekomst. Dan ga je nog een stapje verder dan verantwoorden. Wij noemen dat datagedreven werken, dat wil zeggen dat je de data voor je laat werken. Daar zal het in de toekomst meer en meer om gaan.’

Marielle: ‘Zo zie ik het zelf ook. Bij de ontmoetingsplekken kwamen ook verhalen naar voren van mensen met niet aangeboren hersenletsel (NAH). Zij voelen zich er minder thuis. Zelf hadden we dat al wel gemerkt, maar als het uit onderzoek komt, betekent het toch meer. Je kunt er dan niet meer omheen bij je beleidsontwikkeling voor de volgende periode. Narratieven helpen ons niet alleen met het leren van het verleden, maar zijn ook visie vormend voor de toekomst. Dat haal je niet uit de cijfers. De combinatie van jullie aanpak Dave is echt heel krachtig.‘

Andere projecten